“De bewoner centraal”

timok“Ik bel je volgend jaar om deze tijd voor een wandelafspraak.” Het is al ruim veertien jaar geleden. Een bevlogen medewerker neemt met die woorden afscheid van me. Het is nog in de tijd dat we veertig jaar werken wel genoeg vinden. Timo heeft er 36 jaar gemeentedienst op zitten. En daarvoor nog een paar jaar bij het gasbedrijf, en natuurlijk zijn militaire dienst. Die mag hij tot zijn eigen verbazing ook mee tellen. Ik maak alleen het laatste deel van zijn ambtelijke carrière mee. Hij is dan al een eind in de vijftig. Ik de dertig ruim gepasseerd. Als we samen naar een extern overleg gaan met nieuwe partners kan hij mij met een olijke glimlach voorstellen als de senior van ons tweeën. Hij is immers “gewoon” beleidsmedewerker.

Na zijn pensionering wandelen we heel wat af. We maken dagmarsen door de Weerribben, de Hoge Veluwe, de Utrechtse Heuvelrug en ga zo maar door. Het blijkt een prachtige manier om bij te praten. Natuurlijk gaat het over onze gezinnen en privé – belevenissen. In ons huishouden kennen we bijvoorbeeld al jaren het “Timo-jasje”: zo’n gemakkelijk zittend (vaak mouwloos) ding, met overal zakken. Timo maakt veel mee in het leven, maar blijkt iedere keer weer een ware levenskunstenaar.

Maar altijd ook bespreken we de ontwikkelingen in de volkshuisvesting.

Toen hij met pensioen ging werd er net gewerkt aan een nieuwe woningwet, bijvoorbeeld. En nu gaat het over een novelle, eufemistische politieke taal voor (weer) een geheel nieuw wetsvoorstel, zonder de daarbij benodigde procedures opnieuw door te hoeven lopen. “Weet je wat er gaat gebeuren?” zei hij al jaren geleden. “De bestaande corporaties worden steeds groter en commerciëler. Hun doelgroep herkent zich daar steeds minder in. En ze zullen nieuwe organisaties oprichten om hun belangen te dienen. Woon – coöperaties bijvoorbeeld.” Het is duidelijk: Stef Blok voert een achterhoedegevecht.

Een belangrijk werkstuk dat Timo voor zijn pensionering afleverde was een korte, maar stevige, beleidsnota met de titel “De bewoner centraal”. Lang voor de participatiesamenleving stelde hij in deze nota voor om bewoners veel meer invloed te geven in hun eigen leefomgeving. Leuk detail is dat juist deze nota bekroond werd als beste stuk dat in de gemeentelijk ambtelijk apparaat geproduceerd werd. En stukken produceren konden we in die tijd.

Halverwege de negentiger jaren moest er bezuinigd worden. De gemeente zou ” in regie” gaan werken. Wat dat was wist niemand. Het enige zekere was dat het structureel ongeveer €25 miljoen moest opleveren. Wij deden samen de analyse voor de volkshuisvesting en formuleerden de voorstellen. Gelukkig waren we al bezig om de uitvoering van het werk anders te organiseren. Dat maakte het inhoudelijk een stuk gemakkelijker. Maar hoe voorkom je dat de politici of top van de ambtelijke organisatie die winst eenvoudig weg meteen gaat inboeken om vervolgens een extra taakstelling te formuleren? Timo had een eenvoudige remedie: “We zorgen er voor dat het meest voorkomende woord in onze stukken ‘regie’ is,” stelde hij me voor, op een van die lange dagen waarop we bij mij thuis aan de voorstellen werkten. Zo maakte hij op een meesterlijke manier gebruik van de verlegenheid in de discussie (Wat is regie?) en gaf iedere lezer de legitimatie om zich daar iets bij voor te stellen. Onze voorstellen haalden de eindstreep via een zeer tevreden gemeenteraad. En wij konden verder gaan met het organische veranderingsproces waar we toch al in zaten.

Timo is gestorven. Op 2 mei kreeg ik het bericht dat hij het gevecht tegen vele complicaties na een zware operatie heeft moeten opgeven. Ik zal hem missen. Maar hij leeft voort. In de bloemrijke taal, die hem kenmerkt en wethouders er toe bracht juist hem te kiezen om hun spreekbeurt voor te bereiden. In zijn vaak subtiele humor. In het kantoortuintje waarin we werkten hield hij goudvissen. Een bijzondere soort overigens, want het is meermalen gebeurd dat een collega zijn pas moest inhouden omdat een goudvis uit te kom was gesprongen en op de vloer lag te spartelen. Maar hoe passend was die vissenkom niet in een omgeving waarin onze vergaderruimte door iedereen “het aquarium” werd genoemd. Hij leeft voort in de mildheid en het inlevingsvermogen als bewonersorganisaties weer eens ontevreden waren over hun corporatie en hij onvermoeibaar op zoek ging naar een oplossing waar beiden mee konden leven. En die ook vond. In de vaak gewone vragen die hij me kon stellen met die beschouwende blik van hem, maar waardoor ik o zo vaak juist op nieuwe gedachten kwam. En in zijn houding, gekenmerkt door mensen serieus te nemen, maar altijd klaar te staan als ze een steuntje in de rug nodig hadden.

Een stadsmaker organiseert op het centrale plein een “huiskamerproject”. Een zomer lang evenementen over creativiteit, veelkleurigheid en ontmoeting. Er is gedoe met de gemeente die weigert een vergunning af te geven. En dat terwijl die gemeente zegt de beleving in het stadscentrum te willen vergroten.  De toon: er kòn wel eens wat mis gaan. En ik denk: kan Timo niet even vanaf zijn wolk deze ambtenaar op z’n schouder tikken?

5 mei 2014

  • Wat een mooi verhaal, Sjaak over Timo. Ik denk dat ik hem graag had gemogen. In huidige tijden was hij vast vindingrijk genoeg geweest om te helpen echt goede plannen te realiseren. Er wordt zoveel gesproken over ‘luisteren’, maar meestal is dat nog een vermomming voor ‘zenden’. Ook (laten) doén vindt men lastig. ‘Regie’ is nog steeds de sleutel. Dat kun je alleen weggeven, als je het zelf ook (mag hebben) durft te nemen. Hartelijke groet!

  • jan lok

    Sjaak,
    Ik had via het AD wel vernomen dat Timo was overleden. Hij was een van die mensen waarvoor ik destijds meer voelde dan de meeste andere collega’s. Ik zou het hierbij hebben gelaten, ware het niet dat mijn schoondochter Jeske Hoogebeen mij een verhaal van jou over Timo doormailde. Ik vond het fijn om te lezen. Het heeft mij ontroerd.

    vriendelijke groet,
    Jan Lok

    N.B. De weerribben: een prachtig gebied. Ik ben er geboren en opgegroeid,

    • Dag Jan,
      Dank voor je reactie. Zo was Timo voor veel mensen meer dan een gewone collega, heb ik gemerkt aan de reacties op mijn stukje. Het is goed dat te weten!
      Met vriendelijke groet,
      Sjaak Kruis